
Klassenopstelling
Je plek innemen
Ik zie je zitten. Wiebelend op je stoel, je klein maken, voorzichtige bewegingen. Elke keer als mijn blik die van jou kruist, kijk je snel weg. Alsof je hoopt dat als je maar stil genoeg bent, onzichtbaar genoeg, niemand je zal zien, ik je niet echt zie. Je hebt geleerd om je klein te maken, om geen ruimte in te nemen. Want ruimte innemen is risico lopen. Het risico om gezien te worden. Het risico om iets fout te doen. Het risico om opnieuw een doelwit te worden.
Vandaag vraag ik je om precies dát te doen. Je moet een poppetje voor jezelf kiezen en het in ‘het veld’ neerzetten. Jouw plek. Jouw ruimte. Jouw zichtbaarheid. Ik zie hoe je aarzelt. Hoe je het liefst weg zou kruipen. Maar je pakt een poppetje. Je kijkt naar mij. Ik knik bemoedigend, met liefde.
Je neemt je tijd. Je voelt het gewicht van dit moment. En dan zet je het poppetje neer.
Jij zet jezelf neer.
Ineens gebeurt het. Alsof er een last van je schouders valt. Alsof je adem dieper wordt. Je voelt het: je hebt je plek ingenomen. De klas kijkt naar je, en even voel je de oude angst terugkomen. Maar dan, als je weer gaat zitten, vult de vrijheid je helemaal. Je lacht. Je straalt. Je kijkt me aan en zegt zacht: dankjewel.
Je plek innemen is niet zomaar een stap. Het is een grootse beweging.
Het is jezelf laten zien, al is het spannend. Het is ruimte durven pakken, al voelt het alsof je dat niet verdient. Juist door je plek in te nemen, door te zeggen: hier ben ik, geef je jezelf vrijheid. Je geeft jezelf ademruimte.
Zichtbaar zijn kan eng zijn. Verborgen blijven is pas echt verstikkend.
Elke keer dat je een stukje meer ruimte inneemt, beweeg je naar vrijheid. En die vrijheid, die staat je prachtig.
Durf jij ruimte in te nemen?